Les 91 ~ Wonderen worden gezien in het licht.

Het is belangrijk om te onthouden dat wonderen en visie noodzakelijkerwijs samengaan. Dit moet worden herhaald, en veelvuldig herhaald. Het is een centraal idee in je nieuwe denksysteem en de waarneming die het voortbrengt. Het wonder is altijd aanwezig. Zijn aanwezigheid wordt niet veroorzaakt door jouw visie; zijn afwezigheid is niet het resultaat van jouw onvermogen te zien. Alleen jouw bewustzijn van wonderen is beïnvloed. Je zult ze zien in het licht; je zult ze niet zien in het donker.

Voor jou is licht dus cruciaal. Zolang je in het duister verblijft, blijft het wonder ongezien. Aldus ben je ervan overtuigd dat het er niet is. Dit volgt uit de premissen van waaruit de duisternis komt. De ontkenning van het licht leidt tot het onvermogen om het waar te nemen. Onvermogen het licht waar te nemen is duisternis waarnemen. Het licht is dan nutteloos voor jou, ook al is het er. Je kunt het niet gebrui­ken, omdat zijn aanwezigheid jou onbekend is. En de schijnbare werke­lijkheid van de duisternis maakt het idee van het licht betekenisloos.

Te horen krijgen dat wat je niet ziet er toch is, klinkt jou als waanzin in de oren. Het is erg moeilijk ervan overtuigd te raken dat het waanzin is niet te zien wat er is, en in plaats daarvan te zien wat er niet is. Je twijfelt er niet aan dat de ogen van het lichaam kunnen zien. Je twijfelt er niet aan dat de beelden die ze jou vertonen werkelijkheid zijn. Jij stelt je vertrou­wen in de duisternis, niet in het licht. Hoe kan dit worden omgekeerd? Voor jou is het onmogelijk, maar je staat er niet alleen voor.

Je inspanningen, hoe gering die ook mogen zijn, worden krachtig ondersteund. Als je besefte hoe groot die kracht is, zouden je twijfels verdwijnen. Vandaag zullen we ons aan een poging wijden jou deze kracht te la­ten voelen. Wanneer je de kracht in je gevoeld hebt die alle wonderen moeiteloos binnen je bereik brengt, zul je niet twijfelen. De wonderen die door jouw gevoel van zwakheid verborgen worden gehouden, zullen plots in je bewustzijn opduiken zodra je de kracht in je voelt.

Reserveer vandaag drie keer ongeveer tien minuten voor een stille tijd waarin je probeert je zwakheid achter je te laten. Dit valt heel eenvoudig te bereiken wanneer je jezelf instrueert dat je niet een lichaam bent. Geloof gaat uit naar wat jij wilt en je geeft je denkgeest dienovereenkomstig instructies. Je wil blijft jouw leraar, en je wil heeft alle kracht te doen wat hij verlangt. Je kunt aan het lichaam ontsnappen als je dat verkiest. Je kunt de kracht in jou ervaren.

Begin de langere oefenperioden met de volgende verklaring van ware oorzaak-en-gevolg-relaties:

Wonderen worden gezien in het licht.
De ogen van het lichaam nemen het licht niet waar.
Maar ik ben niet een lichaam. Wat ben ik?

De vraag waarmee deze bewering eindigt, is nodig voor onze oefenin­gen vandaag. Wat je denkt dat je bent is een overtuiging die ongedaan moet worden gemaakt. Maar wat je werkelijk bent, moet jou worden geo­penbaard. De overtuiging dat je een lichaam bent vraagt om correctie, om­dat het een vergissing is. De waarheid van wat je bent doet een beroep op de kracht in jou om je bewust te maken van wat de vergissing verbergt.

Als je niet een lichaam bent, wat ben je dan? Je moet je bewust zijn van wat de Heilige Geest aanwendt om het beeld van een li­chaam te vervangen in je geest. Je moet iets voelen waarin jij je vertrouwen kunt stel­len op het moment dat je dat weghaalt van het lichaam. Je hebt een echte ervaring nodig van iets anders, iets steviger en zekerder, meer je vertrou­wen waard en werkelijk aanwezig.

Als je niet een lichaam bent, wat ben je dan? Vraag dit in alle eerlijkheid en besteed er dan enkele minuten aan om je verkeerde gedachten over je eigenschappen te laten corrigeren en te laten vervangen door hun tegendeel. Zeg bijvoorbeeld:

Ik ben niet zwak, maar sterk.
Ik ben niet hulpeloos, maar almachtig.
Ik ben niet begrensd, maar onbegrensd.
Ik ben niet onzeker, maar zeker.
Ik ben geen illusie, maar werkelijkheid.
Ik kan in het duister niet zien, maar wel in het licht.

Probeer in de tweede fase van de oefenperiode deze waarheden over je­zelf te ervaren. Concentreer je in het bijzonder op het ervaren van kracht. Onthoud dat elk gevoel van zwakheid te maken heeft met de overtuiging dat je een lichaam bent, een overtuiging die op een vergissing berust en geen geloof verdient. Probeer je geloof ervan los te maken, al is het maar voor even. Al verder gaande zul je eraan gewend raken om trouw te blij­ven aan wat waardevoller in jou is.

Ontspan je voor de rest van de oefenperiode, in het vertrouwen dat je inspanningen, hoe pover ook, volledig gesteund worden door de kracht van God en al Zijn Gedachten. Van Hen zal jouw kracht komen. Door Hun krachtige steun zul je de kracht in je voelen. Ze zijn met jou verenigd in deze oefenperiode, waarin je eenzelfde doel hebt als Zij. Hun licht is het licht waarin je wonderen zult zien, want Hun kracht is de jouwe. Hun kracht wordt jouw ogen, opdat jij zult zien.

Breng jezelf vijf tot zes keer per uur, met redelijk regelmatige tussenpo­zen, in herinnering dat wonderen worden gezien in het licht. Zorg er ook voor dat je verleidingen tegemoet treedt met het idee van vandaag. Voor dat speciale doel zou deze vorm nuttig kunnen zijn:

Wonderen worden gezien in het licht.
Laat ik vanwege verleidingen mijn ogen niet sluiten.


  • No Related Post
bookmark bookmark bookmark bookmark bookmark bookmark bookmark bookmark bookmark bookmark bookmark bookmark
tabs-top


Comments are closed.